|
Later zou Edgard op school gaan bij de Broeders Hyronymieten te St. Niklaas. Hij stond er bekend als middelmatig, nu en dan ziekelijk student. Toch bleek dat Edgard zeer vroeg verstandig praatte en vooral het "hoe" en "waarom" wilde weten. De Broeders hebben ooit aan zijn moeder verteld, dat ze hem in het oog moest houden; hij leek hen te verstandig, “dat wordt wat”. Enkele jaren later zou moeder Heirman verhuizen naar haar thuishaven Moerbeke. Voor Edgard was dit af-scheid het breken van zijn wereldje waaraan hij zo gehecht was. Een week later stond hij te-rug bij de Broeders, hij beweerde zelf dat hij het daar niet had kunnen uithouden. Tot 1935 studeerde hij te Sint-Niklaas daarna te Gent in Don Bosco, Sint-Denijs-West. Het viel toen al op dat hij veel interesse voor sterrenkunde, astronomie en dergelijke had.
Tot verdriet van zijn moeder verliet hij zijn humaniorastudies, dit door een inwendige drang om een astronomisch uurwerkcomplex te gaan bouwen. Hij zou op eigen krachten natuurwe-tenschappen, tijdmeetkunde, astronomie, mechanica en beeldende kunsten studeren. Op 15 jarige leeftijd ging hij het uurwerkersvak aanleren bij uurwerkmaker Proot te Assenede. Na enkele jaren van ervaring keert hij terug naar de ouderlijke woning te Moerbeke, waar hij het beroep van zijn overleden vader hervatte en voortzette. Ondertussen had hij reeds een ma-quette gemaakt van een reuzeklok. Edgard ging aan de slag om de echte klok te maken. Re-gelmatig ging hij bij Theofiel Vansompel aankloppen om hem mee te helpen. Met een plan en de nodige uitleg werden de stukken heel precies gemaakt.
Op 17 jarige leeftijd in augustus 1936 zou hij onder impuls van de toenmalige burgemeester Lippens exposeren met zijn eerste astronomisch uurwerk in de jongensschool van Moerbeke-Waas (waar nu de huidige gemeenteschool is in de Drongendreef). De Moerbeekse belang-stelling was groot, maar ook ver buiten onze grenzen.
Edgard was niet alleen goed in uurwerken maken en herstellen ervan. Hij had ook veel aanleg als kunstschilder. Een eerste tentoonstelling van zijn beginnende kunstwerken was al te zien in 1937. Terug door aandringen van burgemeester Lippens stelde hij deze maal te toon met niet minder dan Constant Permeke, Servaes en De Saedeleer.
De aanvragen om de poseren gingen vlot in 1937 want deze maal kreeg hij een aanbod van Minister Heyman, toen burgemeester van Sint-Niklaas, om een tentoonstelling te doen in het stadsmuseum. Deze maal zou hij poseren met zijn schilderijen maar ook met de voorstudie van zijn astronomisch uurwerk: de"Heirmanklok".
Het verhuizen van deze klok moet een huzarenstuk geweest zijn. Ze werd op een grote kar geplaatst en getrokken door paarden. Dit gebeurde meermaal door de neef van Edgard zijnde, Willy Tollenaere. Ook gebeurde het dat Cyriel Denijs de klok vervoerde, doch door een spij-tig toeval zou Cyriel een ongeval gehad hebben met de klok. Hierdoor was de klok totaal vernield.
De vakschool Sint-Antonius te Sint-Niklaas had meerdere malen interesse getoond voor dit bijzonder uurwerk. Door het ongeval van Cyriel De Nijs werd de klok terug opnieuw ge-maakt met nieuwe stukken in deze school. Van de vernielde klok werd bijna niets meer her-bruikt. Op verzoek van E.H. Jos Verbraken, directeur van de vakschool Sint-Antonius, gele-gen aan de Onze Lieve Vrouwkerk, ontwerpt hij een astronomisch uurwerk. Dit uurwerk is nog steeds te bezichtigen op de binnenkoer van de vakschool.
|
|
|